Bureaucratie & administratieve lasten

 
 
Onder de noemer Het Roer Gaat Om zijn afspraken gemaakt om de administratieve lasten van huisartsen te verminderen. Hieronder vindt u deze afspraken. De meeste gelden sinds 1 januari 2016, andere hebben meer tijd nodig. Dit is per onderdeel vermeld. De werkgroep Bureaucratie & administratieve lasten bekijkt eind 2016 of het afschaffen wellicht heeft geleid tot niet-voorzien gebruik. Mocht dat tussentijds al blijken, dan melden de verzekeraars dat in de werkgroep. In de werkgroep wordt gezamenlijk bekeken welke actie nodig is.

A. Minder administratieve lasten bij het voorschrijven van genees- en hulpmiddelen

1. Geen formulieren meer bij recepten op ‘medische noodzaak' »
2. Geen formulieren meer bij recepten voor speciale voeding en dieetpreparaten »
3. Eenmalige machtiging door huisarts voor verstrekking geneesmiddelen in Baxter-rol »
4. Alleen reden voorschrijven vermelden voor de 23 gespecificeerde geneesmiddelen »
5. Geen formulieren meer voor stoppen-met-roken medicatie »
6. Geen formulieren meer bij het voorschrijven van verbandmiddelen bij langdurige wondzorg »
7. Jaarlijks aanvragen hulpmiddelen bij chronische aandoeningen vervalt »

B. Minder administratieve lasten rond verwijzingen

8. Vermelding AGB-code en type verwijzer op een verwijsbrief volstaat »
9. Eenmalige verwijzing naar specialist voor patiënten met een aandoening waarvoor  behandeling langer doorloopt »
10. Eenmalige verwijzing naar specialistische ggz voor patiënten in basis ggz »

C. Minder administratieve lasten rond declaratieverkeer

11. Declaraties voor meerdere contacten op dezelfde dag zijn toegestaan »
12. Declaraties gecombineerde consult- en verrichtingen tarieven doorgaans toegestaan »
13. Geen aanvullende voorwaarden voor koppeling consult- en inschrijftarieven »
14. Waarnemers: vermelding AGB-code van contractant volstaat voor declaratie »
15. Afwijzen declaraties bij jaarovergang (bij wisselen van zorgverzekeraar) »

D. Overige

16. Digitaal volgsysteem »

Wat houden deze afspraken in?

  1. Geen formulieren meer bij recepten op ‘medische noodzaak’.
    Per 1 januari 2016 zijn geen aanvullende formulieren meer nodig bij een recept op ‘medische noodzaak’. Huisartsen schrijven waar mogelijk generiek voor op basis van de richtlijnen voor de huisartsenzorg. Daarin is het doelmatig voorschrijven van geneesmiddelen verankerd. Als voor de behandeling van een patiënt een specifiek geneesmiddel noodzakelijk is, bijvoorbeeld in verband met bijwerkingen of intolerantie, is per 1 januari 2016 is de vermelding ‘medische noodzaak’ op het recept voldoende om de apotheker te laten weten welk geneesmiddel (generiek of spécialité) aan de patiënt moet worden geleverd. De apotheker neemt het recept in behandeling (onder meer om medicatiebewaking uit te voeren) en levert het geneesmiddel af. De verantwoording van de medische noodzaak op extra formulieren vervalt.

    Let op: Het formulier voor de artsenverklaring blijft voor sommige Bijlage 2 geneesmiddelen wel van toepassing. In dit overzicht vindt u terug voor welke geneesmiddelen dit nodig is.

    Naar boven

  2. Geen formulieren meer bij recepten voor speciale voeding en dieetpreparaten
    Per 1 januari 2016 kan speciale voeding worden voorgeschreven zonder aanvullend formulier. Het recept volstaat. De indicatie vormt een onderdeel van de reguliere dossiervoering van de huisarts in het Huisartsen Informatie Systeem (HIS). Wel voorziet de zorgverlener het recept van een indicatiecode. Het korte lijstje indicatiecodes is opgesteld door huisartsen en verzekeraars. Het recept bevat - naast de gegevens van patiënt en huisarts - de volgende elementen: het af te leveren middel (zo generiek mogelijk), gebruik (de dagdosis) en de hoeveelheid (waaruit de geschatte behandelduur blijkt).

    Naar boven

  3. Eenmalige machtiging door huisarts voor verstrekking van geneesmiddelen in Baxter-rol
    Per 1 januari 2016 hoeft de huisarts de aflevering van geneesmiddelen in een Baxter-rol nog maar één keer te machtigen. De apotheker kan de Baxter-afgifte vervolgens continueren totdat de huisarts een nieuw recept uitschrijft. Het jaarlijks herhalen van de machtiging is niet meer nodig. Het formulier dat nodig is voor de autorisatielijsten* in het Apothekers Informatie Systeem blijft wél bestaan, evenals formulieren die voortvloeien uit bilaterale afspraken tussen de huisarts en de zorgverzekeraar.

    * Een door het Apothekers Informatie Systeem gemaakte lijst waarop de actuele medicatie vermeld staat. Een arts kan deze lijst ondertekenen waarmee het de status van een kwartaalrecept krijgt. Continue medicatie wordt steeds herhaald tot het einde van een kalender kwartaal.

    Naar boven

  4. Alleen reden voorschrijven vermelden voor de 23 gespecificeerde geneesmiddelen
    Per 1 januari 2016 is vermelding van de ICPC-code op recepten niet langer een vereiste. Er is één uitzondering, namelijk voor de 23 geneesmiddelen waarvoor in de Geneesmiddelenwet specifiek is afgesproken dat artsen de reden van voorschrijven vermelden. Voor deze 23 geneesmiddelen blijft de huisarts ook na 1 januari 2016 de ICPC-code op het recept vermelden.

    Naar boven

  5. Geen formulieren meer voor stoppen-met-roken medicatie
    Per 1 januari 2016 is bij het voorschrijven van stoppen-met-roken medicatie vermelding van de letters SMR op een recept voldoende. Huisartsen hoeven daarnaast geen aanvullend formulier aan te leveren. Voorwaarde is dat de medicatie onderdeel is van een begeleid SMR-programma. Als de begeleiding van niet plaats vindt in de eigen praktijk, vergewist de huisarts zich van de medische noodzaak voor de voor te schrijven medicatie. Let op: Dit geldt alleen voor huisartsen. Voor medisch specialisten en overige zorgverleners is het formulier nog verplicht. Ook hier geldt dat de medicatie onderdeel is van een begeleid SMR-programma.

    Naar boven

  6. Geen formulieren meer bij het voorschrijven van verbandmiddelen bij langdurige wondzorg
    Per 1 januari 2016 kunnen huisartsen verbandmiddelen voor langdurige wondzorg voorschrijven zonder een aanvullend formulier. Het recept volstaat. De indicatie vormt een onderdeel van de reguliere dossiervoering van de huisarts in het Huisartsen Informatie Systeem (HIS). Wel voorziet de zorgverlener het recept van een indicatiecode. Het korte lijstje indicatiecodes is opgesteld door huisartsen en verzekeraars. Dit betekent dat het recept – naast patiënt- en huisartsgegevens – de volgende elementen bevat: het af te leveren middel (zo generiek mogelijk), de hoeveelheid (waaruit de geschatte behandelduur blijkt) en de indicatiecode.

    Naar boven

  7. Jaarlijks aanvragen hulpmiddelen bij chronische aandoeningen vervalt
    Per 1 januari 2016 hoeven huisartsen de aanvraag voor hulpmiddelen voor chronische aandoeningen niet meer jaarlijks opnieuw te ondertekenen. Dat geldt onder meer voor incontinentiemateriaal en diabetesmaterialen. Er is een overzicht van alle chronische aandoeningen waarop deze afspraak van toepassing is.

    Naar boven

  8. Vermelding AGB-code en type verwijzer op een verwijsbrief volstaat
    Naast de normale informatie over de reden van verwijzing, is In de verwijsbrief vermelding van de AGB-code en het type verwijzer vereist. Wanneer deze essentiële componenten correct zijn vermeld, is er geen grond voor afwijzing. Per 1 januari 2016 wordt geen aanvullende informatie meer gevraagd. Uitzonderingen kunnen voortvloeien uit bilaterale afspraken tussen huisartsen en zorgverzekeraars over de informatie die in de verwijzing naar de ggz moet worden opgenomen. Uiteraard moeten alle verwijzingen inhoudelijk voldoen aan de KNMG-regels (‘het groene boekje’).

    Naar boven

  9. Eenmalige verwijzing naar specialist voor patiënten met een aandoening waarvoor  behandeling langer doorloopt
    Zolang een patiënt onder behandeling blijft van een medisch specialist voor dezelfde aandoening of kwaal (en dus niet is terugverwezen naar de eerste lijn) hoeft de huisarts geen nieuwe verwijzing af te geven. Is er sprake van een ‘nieuwe’ aandoening of kwaal, dan is een nieuwe verwijzing nodig. [NB. Naar aanleiding van vele vragen uit het veld is de werkgroep Bureaucratie & administratieve lasten in overleg over uitbreiding van de afspraak naar paramedici.]

    Naar boven

  10. Eenmalige verwijzing naar specialistische ggz voor patiënten onder behandeling in basis ggz
    Eerder stond op deze plek de per 1 januari 2016 gemaakte afspraak over de verwijzing van en naar de basis/specialistische ggz en de rol van de huisarts daarbij. Deze afspraak blijkt in het veld veel vragen op te roepen. Daarom is de werkgroep Bureaucratie & administratieve lasten in gesprek met GGZ Nederland om meer helderheid te kunnen bieden. Een verbeterde afspraak volgt zo spoedig mogelijk.

    Naar boven

  11. Declaraties voor meerdere contacten op dezelfde dag zijn toegestaan
    De regelgeving staat meerdere declaraties voor één patiënt op dezelfde dag niet in de weg. Om afwijzing te vermijden (zoals in het verleden regelmatige gebeurde), wordt geadviseerd dergelijke declaraties in één declaratiebestand aan te bieden. Wanneer er toch een afwijzing volgt, kan de huisarts het beste direct contact opnemen met de verzekeraar.

    Naar boven

  12. Gecombineerde declaraties van consult en verrichtingen zijn (doorgaans) toegestaan
    De regelgeving staat gecombineerde declaraties niet in de weg. Wanneer er toch een afwijzing volgt, kan de huisarts het beste direct contact opnemen met de verzekeraar.

    Naar boven

  13. Geen aanvullende voorwaarden voor koppeling module- en inschrijftarieven
    Voor de koppeling van module- en inschrijftarieven gelden geen aanvullende voorwaarden. Zolang het inschrijftarief als eerste is gedeclareerd, is het toegestaan om vervolgens het moduletarief te declareren.

    Naar boven

  14. Waarnemers: vermelding AGB-code van contractant volstaat voor declaratie
    Waarnemers kunnen op declaraties volstaan met vermelding van de AGB-code van de contractant, dat wil zeggen: de code van de praktijkhoudende huisarts voor wie zij waarnemen of de code van diens praktijk. In het verleden werd vaak ook de eigen AGB-code van de waarnemer gevraagd. Deze hoeft echter niet vermeld te worden.

    Naar boven

  15. Afwijzen declaraties bij jaarovergang (bij wisselen van zorgverzekeraar)
    Wanneer een patiënt bij de jaarovergang overstapt naar een andere verzekeraar is het helaas niet helemaal uit te sluiten dat declaraties worden afgewezen. De overstap is in die gevallen nog niet verwerkt. Het betreft een beperkt probleem (ca. 7 procent van de verzekerden stapt jaarlijks over en het grootste deel is per 1 januari al verwerkt). Bij afwijzing volstaat een herdeclaratie.

    Naar boven

  16. Digitaal volgsysteem
    Per 1 januari 2016 hoeft de huisarts het contract met zijn preferente zorgverzekeraar niet meer zelf naar andere zorgverzekeraars door te sturen. Wanneer een huisarts zijn zorgverzekeraar daarvoor toestemming geeft, wisselen zorgverzekeraars de preferente contracten onderling digitaal uit. Wanneer een zorgverzekeraar besluit te volgen, kunnen de volgcontracten sneller worden afgesloten en foutloos in de administraties worden verwerkt. Dit leidt tot minder uitval van declaraties. Ook delen de zorgverzekeraars aanvullingen of wijzigingen van al gesloten contracten met elkaar.

    Naar boven